Martine

Een lange zoektocht..

‘Er kan helemaal geen woning op die grond gebouwd worden.’ ‘Pardon, wat zegt u?’ Hadden we het goed verstaan? Na vier maanden wachten was er eindelijk een antwoord gekomen. Weer een teleurstelling en een duidelijk: nee.

De zoektocht naar een ander huis verliep niet zoals we gehoopt hadden. Het huis aan de Zuiddijk waar we wat in zagen. ‘Nee, helaas het is een bedrijfspand.’ Het wat oudere huis aan de Bosweg verscholen achter de bomen. ‘De keuring laat verzakking zien, nee, we raden het jullie niet aan.’ De Emmastraat; juist toen wij het wilden bezichtigen overleed zij die ons lief en dierbaar was.

We gooiden onze zoektocht om. Van bestaand huis naar nieuwbouw. Op zoek naar een stuk grond. En nu? Zelfs het stuk grond was op niets uitgelopen. Het was te opvallend, al die keren: nee. In mijn hoofd wist ik de Bijbeltekst wel. Alle dingen werken mee ten goede voor hen die geloven. Klopte dat zinnetje nog wel, had het geen kleine verandering nodig? Ten goede voor wie, met name voor anderen?

De tijd tikte door. Een jaar gezocht en niets gevonden. We waren vastgelopen. Links, rechts of terug? Ik had geen flauw idee meer hoe en waar verder moesten zoeken. Ik voelde dat er een beslissend antwoord moest komen. De tijd was rijp. De hele rij huizen waar we mee bezig waren geweest, legde ik bij God. ‘Heere God! Tot slot het stuk grond en nu het grote vraagteken wat is over gebleven. Waar wilt U ons hebben én hoe zullen wij het nog te weten moeten komen?’

Na het bidden deed ik mijn Bijbel open, gewoon daar waar ik gebleven was. De eerste tekst… die paar woorden. God sprak. Het was meteen duidelijk. Dat huis, dat huis waarvan wij gedacht hadden dat het hem niet zou worden en waar we bij voorbaat al niet meer naar gekeken hadden. Dat huis had God voor bestemd.

Ik herinnerde me de uitspraak van een oude vrouw uit onze gemeente: ‘Als God iets heel duidelijk aan je belooft of bekend maakt, dan kan dat weleens enorm bestreden gaan worden.’ God had gesproken, het was Zijn stem. De feiten spraken anders. Na contact met de verkopende partij, bleken wij niet de enige te zijn. Zeven wachtenden voor ons. Na weken wachten zag ik die onverwachte dikke zwarte letters op het huis: verkocht. Verkocht aan een ander. Ik kon mijn ogen niet geloven toen ik het las. De verkopende partij bevestigde het bericht op de dag voor de overdracht bij de notaris. Ik hoor me zelf nog stamelen aan de telefoon: ‘Weet u zeker dat het doorgaat? Stel dat… wilt u mij bellen als het misschien niet door gaat?’ Het zal vast raar geklonken hebben. In mijn hart ging het tekeer. Dit kan niet doorgaan, dan is God onbetrouwbaar. Of had ik Zijn stem zelf laten klinken? Hoop, twijfel, dwars door elkaar heen.

De volgende dag moest ik werken. Elk momentje dat ik kon, greep ik mijn mobiel. Stel dat?! Geen oproep. Er gebeurde niets en de storm in mijn hart werd groter. De dagen gingen voorbij. Het werd zondag. Tijd voor de kerkdienst. Wat had ik eigenlijk nog te zoeken in de kerk? Daarbij was het een doopdienst van bekenden, toevallig? Bij het dopen zag ik hoe mijn vriendin het babyhoofdje in haar handen vasthield. Beschermd door haar handen, veilig vastgehouden, zo werd het kleintje gedoopt. Het ontroerde me. Was dit niet één van de beloften van de Heilige Doop? Precies zó wil God de Vader voor ons zorgen met Zijn armen veilig, dragend en beschermend onder ons leven. Ik keek toe met de brandende vraag die voor mij overbleef: Waar was God, de God die ook mij gedoopt had, waar was Hij in mijn leven gebleven?

Diezelfde week ging mijn telefoon. Het nummer herkende ik uit duizenden. Alle twijfel smolt weg. God is volkomen betrouwbaar! Hij spreekt en het gebeurt! Ik nam mijn telefoon op. ‘Zeg Martine, heb je nog belangstelling voor dat huis?’



Deel dit artikel



Meer blog


© 2019 CGK Vrouw - Realisatie: Omega2