Door Martine
‘Die man is zo angstig. Extreem.’ Met deze verwijzing kwam de man bij mij de spreekkamer binnen lopen. Een snelle eerste indruk bevestigde dat het niet zo goed met hem ging. Afgezakte schouders, een verfrommeld T-shirt en ogen die meer voor zich uit staarden dan dat ze daadwerkelijk om zich heen keken.
Goed doorvragen en uitvragen is een kunst in de medische wereld. ‘Waar bent u dan bang voor?’ Zijn antwoord was kort: ‘Dat ik dood neerval.’ Hoe lang dat speelde? Een paar maanden inmiddels. Of er iets gebeurd was waardoor die angst was opgekomen? Die vraag werd met een handomdraai afgedaan. ‘U hebt mijn dossier toch gelezen? Als ik niet op tijd in het ziekenhuis was gekomen, had ik dood neer kunnen vallen.’ Voldoende verklaring. Of mensen angstig kunnen worden door of na een opname in het ziekenhuis, ik zal dat zeker niet ontkennen.
Ik liet het er niet bij zitten. Het klonk gewoonweg te simpel. Het paste niet in het totaalplaatje dat naar voren kwam van deze patiënt. De angst leek zijn dagelijkse leven te verlammen. Hij deed niets meer. Werken? Geen optie meer. Naar buiten gaan? Hij kwam zijn huis niet meer uit. Drie maaltijden per dag? Hij at af en toe eens. Had hij nog een sociaal leven? Ongeveer één keer per week kwamen vrienden hem ophalen. Nu dacht ik eindelijk iets positiefs te vernemen. Hij had tenminste vrienden! ‘Kunt u met één van uw vrienden over uw angst praten?’ ‘Nee.’ Wat hij dan deed met zijn vrienden vroeg ik. ‘Ze nemen me mee naar het café voor een borrel.’ Zelfs dat verliep moeizaam. Hij was een aantal keer onwel geworden en door zijn vrienden afgevoerd naar de spoed eisende hulp.
Zijn verhaal kwam neer op één negatieve spiraal sinds hij ziek was geworden. Hij was geen prater. De antwoorden kwamen bijna onwillig eruit. Ik bladerde nog even de vragenlijst door die deze patiënt had meegenomen. Geen nieuwe informatie in vindbaar. Tot wacht eens, dat ene woord was in het gesprek totaal niet aan de orde gekomen. Alsof het woord met dikgedrukte rode letters daar voor mij geschreven stond. Zijn extreme angst, flauwvallen, zelfverwaarlozing paste daar veel beter bij. Een laatste poging van mijn kant: ‘Ik lees hier dat u gescheiden bent?’ ‘Ja. Alleen dáár wil ik het niet over hebben.’
Raak dus! Ik zou niet meer weten hoe ik de man aan het praten kreeg. Maar toen hij eenmaal begon, kwam het hele verhaal. ‘Ze was alles voor me. En nu is ze er ineens vandoor met de kinderen. Ze wil niets meer met me te maken hebben. De hele familie heeft zich tegen me gekeerd.’ Of ik dat begreep was zijn vraag. ‘Ik stond vroeg op, kwam laat thuis. Ik werkte bijna dag en nacht, allemaal voor haar!’ Het lag op het puntje van mijn tong om te zeggen: ‘Misschien was dat wel het probleem.’ Ik hield me in, de man ging door: ‘En nu… ben ik alleen.’ Compleet overrompeld en zijn leven was sinds die dag ingestort.
Deze man ontdekte te laat hoeveel zijn vrouw voor hem betekende. Hoe belangrijk kun je zijn als vrouw! Toch kan je blijkbaar jarenlang naast elkaar leven in plaats van mét elkaar leven. Wat brengen jij en ik daarvan terecht? Ziet onze omgeving – ik denk aan diegene tegenover wie wij een bijzondere verantwoording dragen zoals onze man, kinderen of familie – dat wij hen liefhebben? Weten ze het?! Wanneer heb je hen dat voor het laatst verteld of laten merken? Geen vrouw is er zo mooi, als diegene bij wie de liefde van God als het ware uit haar hart stroomt. Zo’n vrouw wil men toch voor geen goud moeten missen…
Door Marlies den Hertog
Regen, regen en nog eens regen.
Hier in Thailand is sinds enkele weken de moessontijd aangebroken, wat inhoudt dat het nu vaak en veel regent. Soms hele dagen aan één stuk door, soms hevige onweersbuien met het risico dat er van alles over-/ onderloopt. De moesson brengt vooral een welkome verkoeling na weken van 40 graden en hoger. (Nadeel is dat met zo’n hoge luchtvochtigheid de was slecht wil drogen.) Ook vanuit Nederland horen we berichten over heftige regenbuien, wateroverlast en de bekende vraag of het nou eindelijk nog eens zomer wordt.
In Thailand kennen we die vraag niet. Wat de temperatuur betreft is het hele jaar zomer. Nu is de temperatuur nog altijd 30 graden of hoger. Er zijn hier ook maar drie seizoenen: het hete (droge) seizoen dat overgaat in het natte seizoen (moesson) en daarna het koele (droge) seizoen. Zelfs in het laatste seizoen liggen de dagtemperaturen rond de 30 graden, maar ’s nachts kan het weleens echt koel worden met zo’n 11 graden.
Dit is weer een voorbeeld om aan te geven in hoe je dingen anders gaat beleven in een ander land met een ander klimaat. Leven in een ander land is heel goed om te leren relativeren en om te gaan waarderen wat je in Nederland zo vanzelfsprekend vindt. Een andere kant is dat je als buitenlander natuurlijk van alles opvalt dat hier anders is dan in Nederland.
De hevige regenbuien zorgen ook voor grote modderplassen hier in Thailand. Na één van de eerste hevige buien hebben we daar zelf al eens in vastgezeten met de auto. Dan voel je je even een onnozele buitenlander. Maar, het overkomt de Thai zelf ook, merkten we laatst. Voor ons huis raakte een Thaise vrouw vast met haar auto. Ze probeerde een vriend te bellen, maar die kwam niet opdagen. Uiteindelijk kwam mijn taalhulp bij ons binnen om te vragen of wij konden helpen. Met zijn drieën hebben we haar toen uit de modder geduwd. Deze vrouw bleek eieren te verkopen en had een kind op de school van onze kinderen. ’s Middags kregen wij toen we de kinderen ophaalden van school een hele zak met eieren uit dank. Een Thaise gewoonte om iets (eetbaars) te geven uit dank voor hulp. Twee weken later ging een man met zijn motor onderuit voor ons huis en wij hielpen om de schaafwonden op zijn benen te verzorgen. Twee uur later kwam hij een grote zak rijst brengen, uit dank voor onze hulp.
Als je zulke cadeaus krijgt, dan denk je ‘dat hoeft toch helemaal niet…Het is toch heel normaal om even te helpen’. Maar voor de Thais is het belangrijk om hun dankbaarheid te uiten en om als ‘gul’ gezien te worden. In beide gevallen waren het echt geen rijke mensen, maar ze geven wat ze hebben.
Ook op deze manier wordt je stilgezet bij je eigen gewoonten en ga je een andere cultuur waarderen. Tegelijk besef je dat deze gewoonten vaak voortkomen uit de Boeddistische, animistische godsdienst waarin mensen ‘goede daden’ doen om daarmee iets te verdienen: een hogere vorm van geluk of iets dergelijks. Dat besef stemt je dan weer droevig en het doet je verlangen om de mensen te vertellen over de vrijheid die er is in Jezus Christus. Dat wij geen goede daden hoeven te doen om iets te krijgen, maar dat Jezus alles voor ons heeft gedaan uit liefde. Wij bidden dan ook niet alleen om regen, maar ook om ‘stromen van zegen’ voor de mensen hier in Thailand. Bidt u mee?
Door Jeannet de Jong-Bouw
Langzamerhand breidt het collectieve zomergevoel zich weer uit over ons land. Terwijl in de meeste kerkelijke gemeenten het opbouw- en verenigingswerk al weken in de slaapstand staat, maken we ons nu ook op andere terreinen klaar voor de vakantieperiode.Op school zijn de laatste weken aangebroken en zijn we druk met avondvierdaagse, schoolreisje, schoonmaak en afscheidsavond. Op kantoor wordt er nog even een schepje bovenop gedaan om deadlines te halen en projecten af te ronden. En thuis? Daar liggen de inpaklijstjes klaar, staat de caravan al weken voor de deur en worden de vakantiespullen tevoorschijn gehaald. Bijna vakantie. Eindelijk rust…
En straks is het dan zover. We staan uren in de file op de Duitse Autobahn of de route-du-soleil, bekijken massaal de toeristische hoogtepunten en mopperen op overvolle parkeerplaatsen. Of we schuifelen voetje voor voetje over de braderie, staan in de rij voor een ijsje en laten de wachttijden voor een attractie oplopen tot 1,5 uur. Eindelijk rust?
Wat is het vreemd dat we ook in de vakantieperiode zo druk kunnen zijn. Met dagjes uit en op vakantie gaan, met familiebezoek en buurtbarbeques. Met alles waar we het afgelopen jaar niet aan toegekomen zijn. Met tussendoor steeds weer de nooit aflatende drukte op sociale media. Onze dagen zitten vaak overvol en zo rollen we straks weer het nieuwe seizoen in. Weten we nog waar het in het echte rust vinden over gaat, zoals de Catechismus dit beschrijft in zondag 38: 'dat ik de Heere door Zijn Geest in mij laat werken en dat zo de eeuwige rustdag in dit leven begint'? Daar is wel wat voor nodig, namelijk eerst eens stil worden. Alle stemmen in en om je laten zwijgen en tot rust komen aan de voeten van Jezus.
In de afgelopen periode was ik enkele dagen te gast in het diaconessenhuis Bethanie in Amerongen. Omringd door stilte hoorde ik slechts mijn eigen voetstappen als ik door het huis liep. Een eenvoudige kamer en als enig vermaak een Bijbel en een gebedenboek, een meditatieve beeldentuin en een stilteruimte. Een oase te midden van de drukte van het gewone leven. “Kom met Mij naar een eenzame plaats en rust een weinig” (Markus 6:31). Alleen met jezelf en met de Heere. Op zo'n plek besef je weer wat er nu echt toe doet in je leven. Aan de voet van het verlichte kruis in de stilteruimte de zegeningen ervaren die God geeft:
Rust, als je vermoeid en belast door het leven soms al zo lang onrust hebt ervaren.
Verwondering, over wat God ons geeft in zijn Zoon Jezus Christus en over de wendingen die Hij ook nu in het leven kan brengen.
Verbondenheid, met de mensen waar je van houdt en met wie je het leven in al zijn vreugde en verdriet beleeft.
Dankbaarheid, voor vriendschap die ontstaan is in herkenning en vertrouwen, als plek om te schuilen en dingen te delen.
Te midden van een gemeenschap van vrouwen die hun leven wijden aan de dienst aan God en de naaste, in rust en eenvoud, vanuit de dagelijkse samenkomsten rond Woord en gebed besefte ik weer hoe belangrijk het is om zo te leven. Al te vaak laten wij onze dagen vullen met zoveel kleine en grote dingen die in gezin, werk en gemeente op ons pad komen en verschuift het rust vinden bij God naar de marges van de dag. Wat is het heilzaam om vanuit deze rust te leven, in de vakantieperiode en daarbuiten. Langzamerhand de rust laten neerdalen in je hart, je hoofd en je lijf. En dan met nieuwe krachten de plaats weer innemen die God je gegeven heeft. Dienstbaar aan de Heere, aan gezin en gemeente, aan school en samenleving. Levend met open handen en die dagelijks laten vullen door Gods genade.
Een goede rustperiode gewenst!
Door Martine
Het was een prachtige avond. We reden tussen de weilanden door. Ze lagen net als eilanden omgeven door overal water. Het riet wuifde zachtjes in de wind. De sloten stonden hoog. Een zwaan gleed door het water bij het weerkaatsende avondlicht. Ik genoot ervan. Het kon die avond ook. Julian, mijn man, bestuurde de auto. Ik was niet de enige die genoot. Verderop zag ik fietsers en nog een eind verder zag ik een auto in de berm staan. Ik probeer die vredige beelden altijd op mijn netvlies vast te leggen, zodat ik ze in gedachten kan oproepen als ik de onrust in mijn hoofd heb. Tevergeefs. Pas als ik het weer ‘life’ zie, weet ik weer hoe mooi zo’n oer-Hollands landschap is met de heldere lucht, het blauwe water en de groene bermen.
Ineens mindert Julian vaart. Die auto in de berm… Ik zie aan zijn blik dat er wat is, ik heb geen idee. ‘Joh, wat is er?’ vraag ik hem. We rijden inmiddels stapvoets langs die bewuste auto. Twee opgeschoten jongens van een jaar of twintig staan er wat bedremmeld bij te kijken. Autopech? Julian heeft de diagnose al gesteld en helpt me: ‘Die zijn verzakt.’ Hij kijkt mij aan. ‘Zal ik ze gaan helpen? Hier komen ze alleen nooit meer uit. Het is veengrond hier hé, als je dat niet weet….’
Julian zet onze auto – veilig verderop – op de weg. Met grote stappen loopt hij resoluut op het tweetal af. Ja, verzakt zijn ze. Nee, een sleepkabel hebben ze niet. ‘Ik ga spullen halen in het dorp, ik kom zo terug bij jullie’. Ik zie een spoor van hoop op hun gezichten komen. Toch moeten ze ons maar vertrouwen dat we terug zullen komen. Terug in de auto zeg ik: ‘Dat die berm zo zacht is, dat zie je helemaal niet. Ik zou ook zo mijn auto daar hebben neergezet.’ Julian geeft me een por in de zij als hij zegt: ‘Elk jaar staan hier toeristen in de modder vast.’ Voor mij wordt die mooie groene berm die avond ineens minder mooi.
Met tien minuten zijn we retour, inclusief sleepkabel en laarzen. Ik zie Julian diep wegzakken in de modder als hij de sleepkabel vast maakt aan de achterkant van de auto. Julian geeft instructies en de jongens knikken braaf als twee schooljongetjes. ‘Zet hem in zijn één, koppeling op laten komen en gas geven als je voelt dat er beweging in komt’. Julian geeft een partij gas met onze auto en de verzakte auto slipt, slipt en slipt. De modder spat alle kanten op, maar in de auto is geen beweging te krijgen. Een nieuwe poging, sleepkabel naar de voorkant. Weer een partij gas. Wij snuiven eens. Onze auto begint een brandgeur te geven, die is blijkbaar niet voor dit doel gebouwd. Nog een laatste poging dan. Zowaar, er komt beweging. Een flinke peut gas en de auto staat op de weg. De lach breekt door bij de knullen. ‘Hee, bedankt!’
Als we wegrijden, begint Julian keihard te lachen. Hij draait zich grijnzend om naar mij. ‘Zag je hoe die auto onder de modder zat?’ Ik val hem bij: ‘Die gast zijn schoenen dan!’ We krijgen een lachbui. Al die modder, het was ook komisch. ‘Haha, die kunnen zich vanavond eerst gaan wassen.’
Zomaar een voorval uit het dagelijkse leven wat zo’n prachtig voorbeeld kan zijn van het geestelijke leven. Die bedrieglijk mooie berm als beeld van de zonde waar je ineens (weer) in vastgezogen kan zijn. Jezus de Redder komt voorbij, -vertrouw Hem!- om je uit het moeras te trekken, voor het eerst en steeds weer. Als Hij dat doet, dan zie je pas hoe je onder de modder zat… Wat hebben we Zijn bloed nodig om schoon gewassen te worden!
Door Marlies den Hertog-Koolen
…Een angstige uitroep van een kind dat zijn moeder kwijt is; een vraag van een vriend die je graag wil ontmoeten of een vraag van ouders, die graag willen weten waar hun kind uithangt. Het antwoord op deze vraag is in de meeste gevallen erg belangrijk.
In sommige gevallen kan het antwoord zelfs het verschil maken tussen leven en dood. Het is bijvoorbeeld niet moeilijk om je in te denken hoe alles anders wordt, wanneer je op de luchthaven van Brussel bent tijdens de aanslag of dat je op dat moment gewoon op school, thuis of op je werk bent. Waar je bent, verandert hoe je dingen beleeft.
Toen wij hier in Thailand het nieuws hoorden van de aanslag in Brussel een paar weken geleden, moest ik hieraan denken. Natuurlijk kun je je iets van allerlei gevoelens zoals angst, bezorgdheid en onrust voorstellen die zo’n gebeurtenis met zich meebrengt. We horen hoe familie en vrienden in Nederland dat beleven en over allerlei voorzorgsmaatregelen die in het land genomen worden. En uiteraard schrik je zelf ook van zulk heftig nieuws. Maar toch als je dat nieuws hier ver weg in Thailand hoort, zorgt de fysieke afstand ervoor dat alle andere gevoelens verder van je af blijven staan.
Overigens, niet alleen ver weg zijn in een ander land beïnvloedt hoe je iets beleeft. Alles verandert natuurlijk ook als je iemand goed kent die door de aanslag gewond is geraakt of misschien zelfs omgekomen. Om het wat dichter bij huis te brengen…het maakt zoveel uit of iemand die je eigenlijk nauwelijks kent wat ergs overkomt of dat het je vader of moeder, man, vrouw of kinderen betreft. In het laatste geval raakt het je gevoel pas echt.
Dat doet me denken aan Goede Vrijdag en Pasen, nog niet zo lang geleden. Ook hierbij maakt het zoveel uit waar je bent. Gedenk en vier je dat in Nederland waar alleen al bijna alle winkels vol staan met allerlei ‘paasproducten’ of in een boeddhistisch land als Thailand waar helemaal niets daarvan te zien is. Ik merk dat dit toch wel verschil maakt. Maar tegelijkertijd doet het me ook beseffen dat dit dus niet bepalend zou moeten zijn. De inhoud van dit grote feest is overal hetzelfde. Het gaat om Jezus, die is gekruisigd en opgestaan. Als je Hem persoonlijk kent en liefhebt, maakt het niet zoveel uit waar je bent.
Waar ben je…? In het dagelijks leven maakt het zoveel uit. En ik merk dat het (ongemerkt?) toch ook je geloofsleven beïnvloedt. In ons geval: als je om je heen alleen maar grote boeddhistische tempels, Boeddhabeelden en geestenhuisjes ziet staan en je zondags veel moeite moet doen om iets van de Thaise dienst mee te krijgen; als er zoveel indrukken op je afkomen en je moeite moet doen om te wennen in een ander klimaat met een andere taal en cultuur. Dat heeft allemaal effect op je geloofsleven. Maar daar kun je ook een positieve kant aan zien. Het doet mij kritisch kijken naar mijn geloof en beseffen dat het gaat om de relatie met Jezus. Niet dat dat altijd simpel is en je nooit verlangt naar het vertrouwde ‘christelijke’ Nederland, maar het helpt wel om je dat steeds weer te realiseren.
Door Jeannet de Jong
“Een vrouwendag? Waar? Is dat gratis?” Nieuwsgierig kijken enkele bezoekers van de daklozenopvang over mijn schouder mee, als ik op een rustig moment tijdens mijn werk de poster voor de CGK-Vrouwendag bekijk. Veelbetekenende blikken werpen de mannen elkaar toe. Afhankelijk van de hoeveelheid alcohol die al geconsumeerd is, volgen hier en daar nog wat dubbelzinnige opmerkingen. Maar luidkeels geven ze commentaar als ik uitleg waar het deze dag over gaat. Vreemdelingen? Die gelukszoekers, die onze uitkeringen komen afpakken? Die met hun handen niet van vrouwen kunnen afblijven? Weten wij dan niet wat er in Keulen gebeurd is en…
Onderweg naar huis bedenk ik hoe vreemd het is dat juist deze mensen zo reageren. Zij weten zelf wat het is om geen dak boven je hoofd te hebben en om overgeleverd te zijn aan de vriendelijkheid van de voorbijganger die een straatkrant bij je koopt. Ze zijn soms diep verwond door het leven en hunkeren naar iemand die echt naar hen omziet. En juist zij zijn zo hard over mensen die op nog veel grotere schaal en met een diepte die wij ons niet eens kunnen voorstellen op zoek zijn naar een simpel thuis, een plek waar je veilig bent.
Vreemd genoeg kun je dit soort gevoelens ook zomaar dichtbij tegenkomen. Tijdens de borrelnootjes op een verjaardag of bij een bespreking op je eigen vereniging of Bijbelkring. Juist bij ons, die zelf belijden 'vreemdelingen te zijn geweest in Egypte', die uit de goot geraapt zijn en overgeleverd aan een God die in genade naar ons omziet. Natuurlijk zien we vluchtelingen als schepsels van God en natuurlijk zijn we met hen bewogen. Maar dan wel zolang hun rubberbootjes ver van ons bed blijven drijven en wij ongestoord verder kunnen dobberen in onze oceaan van welvaart. Zolang gestrande potvissen aan de kust van Texel meer ruimte in ons nieuws krijgen dan de zoveelste aangespoelde kinderlichaampjes in Turkije. Zolang het niet mijn dorp, mijn straat, mijn kerk binnenkomt. Zolang wij, gelukszoekers die we zijn, maar niets hoeven in te leveren van ons leuke, veilige, christelijke leventje.
De huidige stroom van vluchtelingen dwingt ons om echt positie te kiezen. Ik weet dat op dit punt vragen zijn die niet in een simpele blog opgelost kunnen worden. Ik weet van gevaarlijke ideologie, van opgefokte en aangeschoten mannen, van Keulen en Geldermalsen, van grenscontroles en pepperspray. Maar ik weet ook dat God geen antwoord van mij vraagt op al deze grote problemen. Hij vraagt van mij of ik naar mensen wil kijken met de ogen van Jezus. Of ik deze wereld op drift zie als een plek van duisternis, waar God iets van Zijn licht wil laten zien, ook door mij heen. Op mijn eigen plek.
Wat weten wij precies van achtergronden en motieven en wat kunnen we overzien van de gevolgen op langere termijn? Dat zijn complexe vragen. Maar laten we daardoor de schreeuw om hulp niet laten overstemmen: de wanhoop van moeders die hun kinderen kwijtraakten in de chaos bij onze Europese grenzen; de trauma's bij kinderen, die niet weten wat vrede is. Dat is pas vreemd. Vreemd aan het Evangelie, dat ons vertelt over die beker koud water en die droge jas, dat vriendelijke woord en dat simpele bezoek.
Heere, wanneer hebben we dat dan voor U gedaan?
Toen jullie dat deden aan de minste van mijn broeders…
Of kijken we dan alsof we het nog steeds in Keulen horen donderen?
Door Jeannet de Jong
Het jaar 2016 ligt nog vrijwel als een blanco blad voor ons. Een nieuw jaar, een nieuw begin. Dat schept altijd iets van verwachting, van nieuwe mogelijkheden. Al beseft iedereen dat met het afscheuren van het laatste kalenderblaadje het oude jaar niet helemaal heeft afgedaan en er niet meer toe doet. Mooie herinneringen, pijnlijke gebeurtenissen, alles wat in afgelopen jaren op ons pad kwam, nemen we mee en geven we een plaats in ons leven het komende jaar.
Een nieuw begin biedt mogelijkheden. We gaan onszelf soms met kritische blik bekijken en besluiten vanaf nu niet meer te roken, vaker de fiets te pakken of eindelijk eens te beginnen aan het opruimen van de schuur.
Een nieuw jaar kan ook een gevoel van onzekerheid met zich meebrengen. Wat zal er allemaal gebeuren of veranderen om ons heen? Wat voor de één een uitdaging is, kan door de ander als een bedreiging ervaren worden.
Te midden van de woelige wereld van 2016 proberen we zo onze weg te zoeken. Welgelukzalig zijn we, als we dat niet van onszelf verwachten. Ons leven is in goede handen. Onze God, Die ons in 2015 elke dag gedragen heeft, gaat ons voor, ook in dit nieuwe jaar. En dat geeft zekerheid. Niet de zekerheid dat alles bij het oude zal blijven. Maar wel het vertrouwen dat alles heengaat naar een nieuwe toekomst. Uiteindelijk is dat de vraag waar het om draait en waar alles in ons leven van doortrokken moet zijn.
Voor oud en jong
Een nieuw jaar, een nieuw begin. Dat geldt ook voor de BCGV, die het nieuwe jaar ingaat als CGK-Vrouw. Dat schept verwachting, nieuwe mogelijkheden. En iedereen beseft meteen dat met al het nieuwe de oude bond niet helemaal heeft afgedaan en er niet meer toe doet. Alle goede dingen die in afgelopen jaren binnen de bond zijn ontstaan, nemen we mee en geven we een plaats binnen CGK-Vrouw.
Met kritische blik kijken… Dat was de vraag toen ik onverwachts het bestuur van de bond binnen rolde om mee te denken in het veranderingsproces dat het bestuur voor ogen had. En verandering was nodig. Terwijl ik door mijn dochters er regelmatig aan herinnerd word zelf al niet meer bij de 'jonge' vrouwen te horen, ging een ongekende wereld voor mij open. Een wereld van contactblad en kringavond, van bondsdag en declamatorium. Omringd door fiere christenvrouwen, de vaandels hoog in top. Met zilveren speld en theelepel, eensgezind in bondslied en des konings telegram.
Maar achter deze vormen ontdekte ik ook wat de bond al deze jaren dreef. Een missie om vrouwen binnen onze kerken toe te rusten op grond van Bijbel en belijdenis. Een missie die het waard is om ook voor nieuwe generaties waar te maken. En hier geldt eveneens dat wat voor de één een uitdaging is, door de ander als een bedreiging kan worden ervaren. Te midden van deze uitersten proberen we als bestuur onze weg te zoeken. Met het gebed dat God ons ook hierin wil dragen. Want als er iets is waar wij als vrouwen ook in 2016 behoefte aan hebben, dan is het toch om onze voeten vast te maken in het eeuwenoude en altijd vernieuwende Woord van onze God. En daar willen wij ook als CGK-Vrouw ons voor inzetten. Na oud en nieuw, voor oud en jong.