Door Sanne Deelen
Regen in Zuid-Afrika en alles ligt stil. Ik denk niet alleen in Zuid-Afrika, maar in meer landen in Afrika. Als Nederlander is dit een rare gewoonte. Kinderen gaan niet naar school, kerk wordt afgezegd en andere activiteiten gaan niet door. Mensen komen niet naar buiten. Het is nat en koud.
Als ik vertel dat we in Nederland door de regen naar school fietsen en er niks wordt afgezegd, kijken ze mij met grote ogen aan. Ze geloven er niks van. Nu zijn er wel meer verschillen tussen Nederland en Zuid-Afrika als het gaat om regen. De wegen in Zuid-Afrika zijn niet berekend op veel regen. Zeker in de township; waar geen asfalt ligt wordt het al snel een enorme modderpoel. Maar ook de geasfalteerde wegen krijgen ‘potholes’. Grote gaten in het afvalt, als je erdoorheen rijdt je zeker een lekke band krijgt. Deze gaten worden na de regenbui weer opgevuld met stenen en wat zand. Ook veel gebouwen zijn een verschil. Er is weinig geïsoleerd en geen centrale verwarming, wat maakt dat het al snel vochtig en koud wordt. Niet in alle klaslokalen op scholen zitten ramen. En alle kinderen lopen naar school in de township. Wanneer het regent, komen ze dus al nat aan op school, waar geen verwarming is. Dus dan is het beter om thuis te blijven.
Drie weken geleden was er heftig noodweer in Jeffreys Bay, maar ook in veel andere kustprovincies in Zuid-Afrika. Scholen werden gesloten voor drie dagen. Op dinsdagmiddag was het begonnen met regenen en het stopte pas op vrijdagmiddag. In een aantal uur viel er meer dan 140 mm. Alles liep onder water, want hier is geen weg of huis op gemaakt. Veel rivieren overstroomden en sommige huizen naast de rivier waren niet meer te zien, zo hoog stond het water. Veel boeren raakten al hun oogst kwijt.
En dan de mensen in de township die in een shack (hutje) wonen. Je kunt je voorstellen dat voor veel mensen deze regen een groot probleem was. Op de eerste regendag stonden veel huisjes al onder water. Je weet dat er nog zoveel meer regen aankomt. Maar wat zo opvallend is: mensen gaan niet bij de pakken neerzitten, niet klagen. Ze bedenken een plan om het ergste te voorkomen: slootjes graven, alles afdekken met plastic enz. Daarnaast staan ze voor iedereen klaar. Helpen elkaar waar nodig. Is bij iemand het bed nat? Dan wordt er bij de buren een plekje vrijgemaakt om te slapen.
De dagen tijdens het noodweer hebben we extra soep gemaakt in de soup kitchen. Veel volwassenen en kinderen kwamen voor een warm kopje soep met brood. Voor de kinderen was er ook warme chocolademelk, een groot feest.
Was het even een paar minuten droog, dan zag je meteen veel mensen de straat op gaan en kinderen spelen met de bal. Ze waren blij dat ze even naar buiten kunnen en spelen. En hoe mooi om op de laatste regenmiddag een regenboog te zien. Een teken van Gods trouw!
Door Sanne Deelen
Sanne in Jeffreys Bay, Zuid-Afrika
Kleding. Het onderwerp van deze blog. Een onderwerp waar je veel over kunt schrijven en denken. Nooit eerder was ik me daar zo bewust van. Kleding en verschillende landen en culturen, het is veelzeggend.
Waar in Nederland de standaard voor kleding erg hoog ligt is dat soms bijna het tegenovergestelde in Zuid-Afrika. Dat verschil merk je pas goed als je een tijd in een ander land woont. Geen dure merkkleding en geen dure schoenen. Wat je draagt maakt niet zoveel uit. Welke kleuren je bij elkaar combineert, niemand zal er hier snel van opkijken. Een verademing. Waar ik in het begin nog dacht; nee dit kan echt niet, draai ik mijn hand er nu niet meer voor om. Ik betrap mezelf soms op de gedachte: ‘Dit zou ik in Nederland nooit zo dragen’. Als het in Zuid-Afrika koud is moet je niet verbaasd opkijken als je door de township rijdt en mensen op straat ziet lopen in hun badjas. Het is immers koud en daar wil je je warm op kleden. Voor mij nog steeds een raar gezicht. En soms grappen we met de Nederlanders onderling wel eens dat we het ook een keertje gaan proberen.. Maar of we dat durven….? Ik vraag het me af.
In Zuid-Afrika dragen alle kinderen een schooluniform. Vanaf de jongste kinderen tot de hoogste klas van de middelbare school. Zonder uniform mag je niet op school komen. Alle kinderen en jongeren zien er dus hetzelfde uit. Het schooluniform bestaat uit een rok of jurk voor de meisjes en een broek met overhemd voor de jongens. Aangevuld met blazers, stropdassen en schoolschoenen. Er zijn ook strikte regels voor haar en sieraden. Elke school heeft zijn eigen uniform. Als je ’s ochtends door de wijk rijdt, zie je meteen wie naar welke school gaat. Op de High School wordt geregeld door de directrice gehamerd op het schooluniform. Het is namelijk het visitekaartje van de school. Het doel van het schooluniform is dan ook gelijkheid, samenhorigheid en discipline.
Bij speciale aangelegenheden (zoals kerkdienst) ziet iedereen eruit om door een ringetje te halen. In het begin voor mij een beetje ongemakkelijk als ik ergens in een broek aan kwam. Opeens zag iedereen er zo netjes en anders uit. Maar dat is een teken van respect, je doet ergens je best voor. Door de tijd heen weet ik nu hoe ik hier moet kleden, wanneer wat gepast is en wat niet.
Het blijft goed om jezelf af te vragen waar het in het leven omdraait. Draait het om er goed uit zien, mooie kleding dragen, of juist om onze gedachten en hart vullen met hoe God naar ons kijkt, hoe we ons ook kleden. Hij is onze Maker.
Door Sanne Deelen
Even voorstellen.. Ik ben Sanne Deelen, 36 jaar en woon in Jeffreys Bay, in Zuid-Afrika. Jarenlang ben ik leerkracht geweest in het regulier en speciaal onderwijs, maar in de zomer van 2024 heb ik ontslag genomen. Begin oktober 2024 ben ik voor 10 maanden naar Zuid-Afrika vertrokken om daar vrijwilligerswerk te gaan doen. Na 10 maanden was mijn tijd hier echter nog niet voorbij. In september ben ik eventjes in Nederland geweest en heb ik onder andere mijn visum opnieuw aangevraagd. Deze heb ik voor 3 jaar gekregen!
Jeffreysbay
Jeffreys Bay is een prachtige plek aan de kust van Zuid-Afrika. Het is wereldwijd bekend; een geliefde plek voor surfers en vele toeristen die hier het hele jaar door verblijven. Het prachtige strand is favoriet en dagelijks kun je hier vele dolfijnen spotten. Maar Jeffreys Bay heeft ook een ‘township’, of wel sloppenwijk. Deze township bestaat uit twee grote wijken: Pellsrus en Ocean View. De mensen die er wonen spreken Xhosa of Afrikaans. Engels spreken de meeste mensen ook goed! In de wijken zijn verschillende scholen. Dit zijn scholen door de overheid betaald; gratis scholen dus. Dat betekent ook dat er grote klassen zijn en dat er niet heel goed onderwijs wordt gegeven. De kinderen op deze scholen lopen vaak achter in hun ontwikkeling.
De township bestaat deels uit stenen huizen, maar naast deze stenen huizen zijn er ook veel shacks (hutjes), gebouwd van golfplaten. In het gedeelte waar de shacks staan, is één waterpunt en één wc voor de hele straat. Als het regent in Jeffreys Bay, regent het hard. Vele shacks zijn niet waterdicht en straten zijn niet geasfalteerd. Er ontstaat dan een grote modderpoel.
Mijn missie
In Jeffreys Bay doe ik vrijwilligerswerk bij Impact Church South-Africa; een stichting die bouwt aan een betere toekomst voor kwetsbare kinderen en jongeren. Daar sluit mijn visie en missie mooi bij aan. Mijn missie is om kwetsbare kinderen en jongeren in de township te ondersteunen door liefdevolle zorg, onderwijs en persoonlijke begeleiding. En door een veilige plek te creëren waar zij zich geliefd voelen, zich kunnen ontwikkelen en het leven kunnen delen. Een plek waar kinderen kunnen deelnemen aan activiteiten, ze Jezus leren kennen en vriendschappen kunnen opbouwen. Zoals Jezus in Markus 10:14 (Laat de kinderen tot Mij komen) laat zien: kinderen hebben een speciale plek in Zijn Koninkrijk!
So I will live to bring Your glory and I will be Your hands and feet
I will go into the world, God and say, "Love is on its way!"
Deze missie breng ik in praktijk door verschillende projecten. Een aantal projecten even kort uitgelicht:
Er is elke woensdagmiddag kidsclub; een middag waarbij kinderen komen luisteren naar een bijbelverhaal, een knutsel maken en er gezongen en gedanst wordt. In vakanties houden we een ‘holiday programma’. We doen huisbezoeken, helpen kinderen met hun huiswerk en wordt er twee keer in de week soep gemaakt in de soup kitchen.
Ik zal de komende tijd regelmatig een blog schrijven over het leven en werken hier in Jeffreys Bay. Wilt u meer over mijn werk weten? Dan kunt u zich inschrijven voor mijn nieuwsbrief via deze link: http://eepurl.com/jocaEM
Door Ruth Procee
Het leven in Ontario, Canada is een heerlijk leven. We hebben een groot huis, veel ruimte om ons heen, dieren in de wei, vier gezonde kinderen, een druk bedrijf voor m’n man en een volle week op school voor mijzelf. Canada is een land van hard werken en een land van vele mogelijkheden. Ik ben dankbaar voor ons bestaan in Canada. Ik ben dankbaar voor m’n man en ons gezin. Ik ben zo blij met m’n baan op school. Als hoofd van de afdeling speciaal onderwijs, heb ik een unieke taak op school. Ik werk op een christelijke school. In Ontario zijn de regels zo dat als je vanuit een christelijk perspectief wil lesgeven, je een privéschool moet starten. Als ouders betalen we alle kosten om een school te runnen. De overheid geeft ons geen cent. Natuurlijk willen we als school de leerlingen zoveel mogelijk laten leren. Wij vinden het belangrijk om ze vanuit een Bijbels perspectief een wereldvisie mee te geven. God en Zijn Woord wordt in alle vakken geweven, bijvoorbeeld in lezen en rekenen. We leren lezen, omdat we willen dat je de zelf de Bijbel kan gaan lezen. Wisten jullie dat God ook van rekenen houdt? Hij heeft overal om je heen patronen gemaakt. God houdt van orde en regelmaat. Dat is de basis van de regels in wiskunde.
Niet alle kinderen kunnen zo makkelijk meekomen met de lessen in het gewone onderwijs. Omdat we een privéschool zijn, moeten we onze eigen maatregelen nemen voor de leerlingen die leer achterstanden hebben of unieke leer profielen hebben. Dat is mijn taak. Ik ben druk om het beste programma te zoeken voor elk uniek kind. Ik probeer uit te vinden hoe elk kind het beste leert, welke leerdoelen opgesteld moeten worden, en welke lesmethodes het beste werkt voor de individuele leerling. Ik werk veel samen met m’n collega’s, de administratie, de ouders van de leerlingen en natuurlijk de onderwijs assistentes die met de kinderen werken. Het is zo bijzonder om te zien hoe uniek elk persoon is geschapen. Soms hebben de kinderen het er moeilijk mee. Vragen als ‘Waarom ben ik anders?’ of ‘Waarom kan ik dat niet?’ ‘Waarom kan ik niet in de klas blijven?’ komen best regelmatig langs. Het zijn moeilijke vragen om aan een kind uit te leggen. Het is niet makkelijk om uit te leggen waarom het leren makkelijk lijkt te zijn voor de ene leerling en heel moeilijk voor de ander.
Toch ben ik zo dankbaar voor mijn taak op school. De moeilijke vragen zijn mogelijkheden om samen te zoeken naar talenten die de leerling heeft, samen te bidden voor kracht voor de dag, samen te leren ontdekken dat God het niet verkeerd heeft gedaan toen Hij het kind schiep. We zoeken samen naar een manier om God te kunnen dienen in deze dag. We werken aan specifieke leerdoelen en het geeft veel voldoening voor de leerling zelf als die doelen bereikt worden. Vaak is er een achterliggende reden waarom een leerling niet mee kan komen. Ik begeleid het kind (soms indirect) om daar mee om leren te gaan. Het geeft zoveel voldoening als we horen, ‘Oh, nu snap ik het!’
De meeste voldoening krijg ik van de momenten dat de leerlingen zelf bewust gaan kiezen om ook hun leven aan God te geven. Dat is het doel. We willen dat onze leerlingen trouwe volgelingen worden van de Here Jezus. Het is mijn wens als moeder en juf dat God mij wil gebruiken om Zijn liefde door te geven en dat mijn kinderen en leerlingen Bijbels getrouw zijn en blijven. Het is mijn wens om de kinderen voor te bereiden met de geestelijk wapenrusting van het geloof: de gordel van waarheid, de borstplaat van gerechtigheid, de voeten van bereidheid, het schild van het geloof, de helm van zaligheid, het zwaard van de Geest.
Het leven in Canada is goed. Het leven wat God voor ons in gedachten heeft is beter. Dat is het perspectief. Hij is het waard om gediend te worden, leef bij Zijn Woord!
Door Anita Kramer
Voorbij
De hemel kleurde rood, de zondag gleed voorbij. Op aarde is een bidder minder, in de hemel is er een zanger bij. Vier dagen voor haar heengaan zat ze op haar vaste plek bij het raam. Ze had gewacht, gebeden, zich voorbereid. Eerst had ze haar hoofd geschud. Een interview? Ze kon het allemaal niet meer zo goed horen. De vragen uitgetypt op papier gaf uitkomst. Het was goed. Op woensdagmorgen stond ze bij de koffiekar. Ik kwam precies op tijd. Een buitenlandse vrouw die haar ‘moeder’ noemde, deelde de koek uit. Zij vertrok, wij dronken samen koffie. Ze vroeg of het lekker was. Het was een bijzonder moment, het voelde als een geschenk uit de hemel. Zo bij elkaar te zitten in alle rust. Ze pakte het papier en begon bij de eerste vraag. Ze vertelde over geloven vroeger en geloven nu. Buiten joelden de kinderstemmen en koerden de duiven dicht bij het raam. Binnen vielen pauzes, ontvouwde zich een leven lang afhankelijkheid. We werden opgeschrikt door een geluid bij de deur. Een verzorgster kwam binnen en deelde mee dat een medebewoonster was overleden. Zij schrok en moest het zichtbaar verwerken. Maar ze herstelde zich en ging door. Ze maakte het interview af. Het laatste waar we samen over spraken waren haar gedachten over het levenseinde. ‘Het is nog wel een donker dal waar je doorheen moet. Maar het is een troost als de Heere met je meegaat.’ Ze kon niet weten, dat het einde zo dichtbij was.
Waarom begin ik mijn eerste column voor CGK-Vrouw met bovenstaande? Ik vond het bijzonder dat ik zo vlak voor haar sterven met oma Rie mocht spreken. Want zo noemde ik haar. Ze was biologisch gezien niet mijn oma, maar zo voelde het wel. En ik heb het pas echt gevoeld toen ze er niet meer was. Ze heeft veel voor mij betekend. Ze was een echte geloofsvrouw. Alleen het zitten bij haar, het praten met haar was zo bemoedigend. Ze straalde uit wie ze was. In woord en wandel leefde ze als een Henoch met de Heere. En toen was ze er niet meer. God nam haar weg, omdat haar tijd op aarde voorbij was. ‘Waarom word ik vijfennegentig jaar en sterven er zoveel jonge mensen om mij heen?’ Dat had ze meermalen aan de Heere gevraagd. Maar ze gaf zelf het antwoord. ‘Heere, U hebt vast nog een taak voor mij!’ Een vraag om mee te eindigen, omdat het voor u/jou als lezer van deze column nog niet voorbij is. Welke taak hebt u/heb jij van de Heere gekregen? En als u ook net als oma Rie in uw stoel bij het raam zit? Dan kunt u altijd nog uw handen vouwen. Want bidden helpt en is een sterk wapen in de handen van strijders. Strijders op aarde. Om eens aan te komen, daar waar bidden overgaat in aanbidden. Waar de lof wordt bezongen en het lied klinkt van Mozes en van het Lam. Dan is de strijd voorbij!
Door Anneke Visser
Ik ben wel eens wat kwijt. Een adreswijziging, een boek, de naam van een persoon… Maar dit keer ben ik een diaken kwijt. Voordat de collectezang begon, heb ik de diakenen geteld. Er zaten er vier in het bankje. Drie zijn bij de eerste orgeltoon opgestaan om te collecteren. Zodra zij zitten, mag ik beginnen met de psalm. De eerste diaken is terug gekomen, de tweede ook. Maar waar is de derde? Met mijn rechterhand speel ik het voorspel, terwijl ik half over de balustrade hang om beter te kunnen kijken. Is hij gestruikeld en ligt hij languit in het gangpad? Viel de collectezak en grabbelt hij nu de muntjes bij elkaar? Of maakt hij ruzie met een gemeentelid, die de zak niet terug wil geven? Ik kijk links, ik kijk rechts en eindelijk valt het kwartje. Alle collectezakken hangen al weer keurig in het rek. Diaken Drie heeft de wijk genomen naar het toilet.
Een diaken kwijt is een stressvol moment, maar de sleutelbos kwijt… Dat is nog veel erger. Het gaat niet om zomaar wat sleutels, maar om de sleutels van de kerk! En van het orgel! Ik snap werkelijk niet waar ik ze gelaten heb. Net als anders heb ik een schoonmaakdoekje over de toetsen van het orgel gehaald, het orgel op slot gedraaid, de doekjes weggegooid en mijn autosleutels tevoorschijn gehaald. Ik stop altijd mijn sleutelbos in mijn jaszak. Altijd! En daar zit ‘ie nu niet meer in!
Ik keer het huis met bezemen, mest de auto uit, beloof een beloning aan het kind dat de sleutelbos van moeder vindt, app alle andere organisten… Maar niemand, niemand heeft mijn sleutels gezien. ‘Kan u nu morgen niet spelen?’, vraagt jongste dochter bezorgd. Jawel, in de kerk is een reservesleutel van het orgel. Maar het idee dat ik mijn sleutels kwijt ben! ‘Misschien is hij bij een wandeling uit uw jaszak gevallen en vindt iemand ander hem wel’, troost mijn oudste zoon. Maar dat is net zo eng. Misschien snapt diegene dat het de sleutel van de kerk is en breekt hij in om het zilveren avondmaalstel te stelen. Ik loop alle routes, die ik die week gewandeld heb. Maar de sleutelbos is weg en blijft weg. Ik weet niet meer waar ik het zoeken moet.
Tot ik midden in de nacht overeind schiet en manlief door elkaar schud. ‘Ik weet het!’ Hij kijkt me wat versuft aan. ‘Ik heb ze samen met de schoonmaakdoekjes in de prullenbak gegooid,’ juich ik. Manlief kan het tijdstip niet echt waarderen. Maar de volgende ochtend spoel ik triomfantelijk mijn sleutelbos schoon onder de kraan. Hoofdschuddend kijkt mijn man me aan. ‘De sleutels heb je weer.’ Zijn blik is wat meewarig. ‘Maar de kluts kwijt, dat zal wel altijd zo blijven…’
Door Elja de Koning
Zuchtend zit ik achter mijn laptop. “Nee, hè, ben ik het weer kwijt.” “Ma-ham, kijk zo doe je dat.” En mijn dochter uit groep 8 (!) doet klik- klik en hop daar heb ik alles weer terug. “He, hoe doe je dat?” en het ergste is wel dat ik het morgen weer aan haar moet vragen want ik onthoud dat natuurlijk nooit.
Het is voor veel ouders een statement dat onze kinderen sneller wegwijs zijn op het internet dan wij als volwassenen. Ik beken dat ik regelmatig hulp van mijn kinderen moet vragen als ik weer eens iets niet kan vinden. En dat zij zuchten en kreunen als ze zien hoe omslachtig ik te werk ga, zonder al die handig foefjes die zij wel kennen.
Mijn zoon van zeven zet ook zijn eerste digitale stappen. Noodgedwongen door het thuisonderwijs zit hij op jonge leeftijd al te vergaderen met Teams. Samen met de juf en een handvol klasgenoten kletsen ze even bij. Juist dat praatje pot missen ze nu de school dicht is. Dat gewone, informele contact is zo belangrijk. Maar het doet ook vreemd aan. Kinderen die als ze op een eetkamerstoel zitten nauwelijks genoeg lengte hebben om met hun gezicht voor de Camera komen. Eerst even bijstellen en dan natuurlijk zwaaien.
De juf heeft een raadsel op geven en de kinderen doen hun best om als eerste de oplossing te weten. Dit was vóór thuisonderwijs het hoogtepunt van de week. Onze zoon is zeer fanatiek op dit punt dus ook erg gebrand om de oplossing te delen. Op school trek je dan aan de arm van de juf tot je haar in haar oor kunt fluisteren. Niemand mag het nog horen. Laat de klas nog maar even zweten … maar op Teams… Ik zie hem met zijn mond op het schermpje van de juf, zijn hand er beschermend omheen zodat de rest niet hoort, probeert hij het alleen aan haar te vertellen…
Was alles maar weer gewoon zoals het hoort….
Door Martine
Jeroen zocht koortsachtig in al zijn zakken. De club-avond was voorbij. Waar was zijn fietssleutel toch gebleven? We liepen terug naar binnen om daar te zoeken. Zijn vader mopperde: ‘Je zal toch moeten leren om zélf je spullen goed te bewaren.’ Nergens was zijn sleutel. Tot… uit de diepste punt van de broekzak toch het sleuteltje tevoorschijn kwam.
Ik kan het zo’n raadsel vinden als ik iets kwijt ben en vooral kan ik het niet uitstaan als ik het voorwerp niet meer kan vinden. Met als gevolg kleine of grote zoekacties. Zo herinner ik de situatie dat het sleuteltje van mijn dagboek was verdwenen. Ik vond zelf dat ik als kind een fantastische plaats had uitgekozen om mijn sleuteltje op mijn slaapkamer te verstoppen. Niet beseffend als kind en puber dat mijn moeder het daar heus wel zou vinden. Jarenlang had ik het dagboek niet meer gebruikt en stond het nutteloos op het oude bureau te verstoffen. Tot de dag dat ik het bureau van mijn oude kinderkamer op ging ruimen. Ik kon de neiging niet weerstaan om even door dat dagboek te willen bladeren. Alleen waar was het sleuteltje gebleven? Niet op mijn oude plekje waar ik het verstopt had! ‘Uhm mam, dat sleuteltje?!’ Gelukkig had mijn moeder het sleuteltje wel bewaard. ‘Ligt dat sleuteltje niet in dat bakje met al die prulletjes?’ Ik rende terug naar de slaapkamer op zoek naar het sleuteltje. Nergens te vinden. Nostalgisch keek ik naar het dagboek. Zou ik het dan moeten openbreken? Waar kon dat stomme sleuteltje toch zijn? Ineens herinnerde ik mij dat ik dat bakje prulletjes onlangs nog had omgestoten. Rinkel de kinkel en de hele vloer lag er onder. Ik had de boel snel opgeruimd, de stofzuiger had de rest gedaan. Verdraaid, had ik toen niet wat horen rinkelen bij het stofzuigen? Ik rende naar beneden. Waar is de stofzuiger? Arghh, was er net een nieuwe stofzak in gegaan. Zou de oude stofzak er nog zijn? Een nieuwe spurt naar de container. Daar zat ik dan op mijn knieën tussen het stof te zoeken… zonder resultaat. Nijdig klapte ik de container weer dicht. ‘Heb je het niet kunnen vinden?’ vroeg mijn moeder. ‘Heb je het toevallig niet ergens anders in gestopt?’ Bingo, daar kwam het sleuteltje tevoorschijn uit een ander bakje in een ander kastje. Het ergst was natuurlijk dat ik het zelf in een eerdere opruimbui aldaar had neergelegd.
Op de een of andere manier was in ons huis onze moeder altijd degene die het voorwerp weet te vinden of de juiste raad geeft om het terug te vinden. Maar onlangs stond ook zij voor een groot raadsel toen de bel ging en aan de deur mevrouw Groen stond. Zij woont aan het einde van de straat van mijn ouders. ‘Ik heb hier een theologisch boek gevonden voor ons huis, zijn jullie dat soms kwijt?’ Verbaasd staarde mijn moeder naar het boek. Dat boek lag gisteren nog in ons huis op de tafel. Hoe kon dat boek nu aan het einde van de straat beland zijn? Het kostte mijn moeder een aantal hoofdbrekens voordat de aap uit de mouw kwam rollen. Wat bleek? Mijn vader had het boek op het dak van de auto gelegd en is zo de straat uitgereden. Dat ging goed, tot hij met de auto de bocht nam aan het einde van de straat!
Dit zijn dan maar de kleine raadsels die dankzij mijn moeder werden opgelost. Iets kwijt zijn, het overkomt ons toch allemaal? Net zo overkomen ons de grotere raadsels van het leven waar we (ineens) voor staan. Gelukkig kunnen we ons daarvoor in alle vertrouwen wenden tot onze hemelse Vader, Die alles ziet en weet. Ook die raadsels zullen vroeg of laat worden opgelost.
Martine
Door Miranda van Vugt
Wat voor werk doe jij eigenlijk? Werk jij niet? Is dat eigen keuze, of…?
Vragen die regelmatig klinken, toch? Natuurlijk heeft niet iedereen de luxe om geen baan buitenshuis te hebben, bijvoorbeeld als je alleenstaand bent of een gezin hebt. Zeker in deze dure tijd. Maar toch… Als je zelf die keuze maakt, wordt er ook in christelijke kring soms bijzonder op gereageerd. Keuzes maken die tegen de ‘heersende normen’ ingaan, vraagt soms lef. We mogen gerust uitkomen voor de keuzes die we maken. Juist deze tijd vraagt om duidelijkheid en eigenheid. Hoe vaak doen we als vrouwen niet iets omdat ‘iedereen’ het doet. Denk eens aan het posten van perfecte plaatjes op social media. Nooit die bad-hair-day of dat aanrecht waar wel een ontploffing lijkt te zijn geweest. Nee, het moet perfect zijn. Tevreden zijn met je leven, omdat de Heere het van je vraagt? Of altijd meer willen: die nieuwe keuken, een ander behangetje en die leuke tas bij mijn nieuwe outfit. Herkenbaar toch? Of wil je het eigenlijk liever anders doen en jezelf voorhouden dat je al zoveel hebt ontvangen? Gaan we mee in het alleen maar vluchtig een Bijbeltekst lezen op je Bijbelapp, of nemen we de tijd om Gods Woord te bestuderen en erover na te denken? Laten we in ons gezin alles maar binnenkomen of maken we hierover ook keuzes met betrekking tot boeken, films, etc.? Het vraagt wel wat van ons en we kunnen dat niet alleen. We moeten bij alle keuzes die we maken, ons afvragen wat Hij zou willen dat wij doen en niet wat anderen ervan vinden. Kies voor u heden Wie u zult dienen (Jozua 24: 14). Laat kinderen het ook maar weten waarom je als ouders ergens voor kiest of niet. Natuurlijk vinden ze dit niet altijd leuk en dat is begrijpelijk. Probeer er andere dingen tegenover te zetten. Ingaan tegen de hedendaagse cultuur is niet altijd gemakkelijk, omdat ons hart vaak ook mee wil gaan in de dingen van deze tijd. Het levert ook minder vragen en opmerkingen op. Maar zouden we in deze tijd -ook als christenvrouwen- ons niet méér bezig moeten houden met de toekomende tijd? De wederkomst lijkt steeds dichterbij. Dan zullen er ook vragen komen. Wat heb je met je tijd gedaan? Waarom koos je op dat bepaalde moment niet voor Mij en Mijn dienst?
In de keuzes die we maken, is vreugde te vinden. Zeker als je weten mag dat alles in het licht van die grote toekomst staat!
Door Elja de Koning
Heb jij dat ook wel eens dat je een dag uit je leven “bekijkt” en denk “wie had dit jaren geleden kunnen bedenken? Als jong meisje slingerde ik op mijn fiets door ons dorpje al dagdromend over later. Al fantaserend over die prins op het witte paard die mij vast al jong zouden weten te vinden… Het zal je niet verbazen dat het anders is gegaan. Het liep niet volgens mijn plannetjes. Nu denk ik; het is maar goed dat niet al mijn wensen van toen zijn uitgekomen. Ik droomde ervan om jong te trouwen. Maar ik moest nog een en ander leren voor ik tot hulp kon zijn voor een ander. Ik was bijna dertig toen ik trouwde. Blijkbaar leerde ik niet zo snel.
Maar andere dromen zijn zeker uitgekomen. Ik hoopte op een groot gezin. En ik verlangde naar een levenstaak. Iets waar ik in mocht dienen, dat heeft me altijd aangetrokken. We hebben vier kinderen gekregen en zijn sinds 3 jaar ook pleegouders geworden. We voelen heel sterk dat we deze taak gekregen hebben om zo te dienen in Gods koninkrijk. Er zijn ook momenten geweest dat ik er van overtuigt was dat ik er niets van terecht zou brengen. Ook daarin had ik lessen te leren.
Ken je dat beeld uit de profeten van die pottenbakker die klei kneed tot een vaas of kruik? Die ambachtsman heeft een plan in zijn hoofd, hoe de klei gevormd moet worden tot dat wat hij goed vindt. Zodat het bruikbaar is voor een doel dat hij voor ogen heeft. Weet de klei veel van zijn bedoelingen …
Ik hoop de komende tijd met regelmaat iets te schrijven over de belevenissen van ons gezin. We hebben elkaar lief en vullen elkaar aan. Ook bij ons wordt er geruzied en maken we dagelijks fouten. We zijn een gezin zo die waarvan jij misschien deel uitmaakt. Ik wil je laten delen in de momenten waarop we gekneed en gevormd worden om tot Zijn doel te komen.
Elja, 44 getrouwd en (pleeg)moeder van 5 kinderen in de leeftijd van 5 tot 15 jaar.